Adaptaties

Een geadapteerd werk zal beschouwd worden als een beschermd werk, wanneer het voldoende origineel is (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?). Het afgeleide werk kan enkel worden geëxploiteerd wanneer de uitdrukkelijke toestemming van de auteur van het oorspronkelijke werk werd bekomen. Het auteursrecht van het afgeleide werk zal uitgeoefend worden door de auteur van het oorspronkelijke werk en door de auteur van het afgeleide werk. Het is aangewezen dat de auteur van het geadapteerde werk een contract voorziet tussen zichzelf en de auteur van het oorspronkelijke werk. (zie hiervoor 7.4 Werken gemaakt door meerdere auteurs).

Choreografieën

Een scène uit een choreografie kan origineel zijn en dus het voorwerp uitmaken van een bescherming (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?).

Voorbeeld: Zaak Béjart/ Plan K. – Flamand

De choreograaf Flamand liet bij ‘de val van Icarus’ een vertoning zien van een quasi naakte danser met vleugels op de rug en aan de voeten waren televisies vastgemaakt waarop beelden werden geprojecteerd (zie illustratie). M. Béjart gebruikt hetzelfde ‘idee’ in zijn stuk ‘Le presbytère’, op grond van de redenering dat het om een idee ging en deze niet beschermd is door het auteursrecht. De rechter oordeelt hier anders over en zegt dat deze vertoning een concrete vorm betreft die niet zomaar door iedereen mag worden overgenomen.

Publieke mededelingen

Reclame kan beschermd zijn, wanneer zij origineel is (bv. affiches, logo’s) (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?). Het idee of het thema (zie hiervoor 4.1 Geen bescherming aan ideeën) onderliggende aan de publieke mededeling of aan een publiciteitscampagne wordt daarentegen niet beschermd.

Voorbeeld: Euro Shoe/ Brantano

De nabootsing door Euro Shoe van het publicitaire concept van een reclamecampagne van Brantano, dat bestond uit de afbeelding van een grote schoen tegen egale achtergrond met een ludieke tekst wordt niet beschermd door het auteursrecht.

TV-formats of concepten voor televisieprogramma’s

Een domein waar de lijn tussen idee en concrete vorm niet duidelijk te trekken is, vormen de TV-formats of de rechten op concepten voor televisieprogramma’s. Gaat het hier louter over ideeën of kan men hier spreken over een uitgewerkte vorm? Het staat vast dat om auteursrechtelijke bescherming te genieten de idee voldoende uitgewerkt moet zijn en geconcretiseerd. Hoe meer er beschreven staat, hoe beter. Met betrekking tot spelprogramma’s zullen het spelverloop, de spelregels, het decor, de opstelling van het spel, de stijl, de kandidaten of panelleden, de presentator of presentatoren, de tunes, de zinsbouw, het woordgebruik, de rekwisieten etc. vrij duidelijk moeten omschreven zijn en ook in die mate dat ze voor herhaling vatbaar zijn zodanig dat ze door de kijker als bepalend voor dat programma worden ervaren. De omschrijving van het concept moet een beeld geven van hoe het eindproduct er zal uit zien. Een mogelijke definitie van format vinden we terug in de Nederlandse rechtsleer. Haeck definieert een format als:“ het raamwerk of de structuur bestaande uit een combinatie van elementen op basis waarvan een serie programma-afleveringen kan worden geproduceerd voor radio of televisie.”

Daarenboven moet het TV-format verder ook voldoen aan het vereiste van originaliteit (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?). En hier knelt dikwijls het schoentje: in welke mate kan men het programma een persoonlijk tintje geven van de auteur. Verschillende scenaristen zullen op basis van eenzelfde abstract idee tot verschillende originele concepten komen. De vraag of een format al dan niet origineel is, blijft een feitenkwestie en het laatste woord ligt bij de rechter die hierover moet oordelen.

Voorbeeld: Zaak Golfbreker

Een zaak ivm de auteursrechtelijke bescherming van formats van radioprogramma’s betreft het arrest van het Hof van Beroep van Brussel van 15 oktober 2002. In huidig arrest hervormt de rechter van het Hof van Beroep het vonnis van 9 juni 2000, waarbij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg besluit dat de originaliteit niet aangetoond wordt van de werken en dat er ook geen feiten werden aangebracht waaruit de schending van de rechten van de uitvoerende kunstenaar kunnen worden afgeleid. De feiten van deze zaak zijn de volgende: sinds 1988 werd er door de VRT-zender een radioprogramma ‘golfbreker’ uitgezonden op radio 2. Dit programma wordt sinds 1992 gepresenteerd door Martin De Jonghe en betreft een dagelijkse live-uitzending tijdens de vakantiemaanden juli en augustus, behalve op zaterdag. In 1998 kreeg de presentator van de VRT te horen dat er voor de editie 1999 geen beroep meer zou worden gedaan op zijn diensten en in 1999 startte de VRT naar eigen zeggen met een ‘nieuwe frisse ploeg’ met een vernieuwing van het kustproject. Het programma dat bestond uit een aantal elementen zoals de opbouw van een kustdorp aan de Vlaamse kust waar een live publiek kon plaats nemen en een drankje kreeg aangeboden, met een dagelijkse voorstelling van artiesten en interviews over komende evenementen en acties aan de kust, een bezoek van een gastgemeente uit het binnenland die haar troeven en gastronomie voorstelt, samen met een wedstrijd rond nieuw talent en spelletjes, wordt door de VRT bijna letterlijk overgenomen met behoud van dezelfde naam ‘Golfbreker’. Het programma duurt, net zoals bij Martin De Jonghe, twee uren en heeft een nationaal bereik. In 1999 werden enkele nieuwe elementen aan het programma toegevoegd, met name een zoektocht naar ‘de tas van Tante Germaine’ waar de luisteraars aan de hand van tips naar op zoek moeten gaan. Er wordt eveneens een talentenjacht georganiseerd maar onder een andere naam. De VRT gaat er van uit dat het desbetreffende programma niet origineel is, vermits het inhoudelijk noch vormelijk terug te brengen is tot de intellectuele inspanningen van de maker, i.e. Martin De Jonghe en bijgevolg geen auteursrechtelijke bescherming geniet. De auteur voert uiteraard aan dat de vormgeving van het radioprogramma zijn persoonlijke stempel draagt en bijgevolg als auteurswerk beschermbaar is. Het Hof stelt dat de vormgeving van een radioprogramma moet beoordeeld worden als iedere andere vormgeving en dat deze beschermbaar is van zodra zij origineel is, met name uitdrukking geeft aan de persoonlijkheid van de maker, hetgeen betekent dat zijn geleverde intellectuele inspanning doet blijken van originaliteit. De waarneembare vormgeving dient ook niet geheel onveranderlijk te zijn om auteursrechtelijke bescherming te genieten. Het Hof beoordeelt het programma in zijn totaliteit en stelt dat de individuele elementen ‘as such’ zoals spelletjes, interviews, evenementenagenda etc., ‘gemeengoed zijn’ maar de wijze van samenstelling, ‘de wijze waarop ze in hun onderlinge samenhang vorm hebben gekregen verschaft het geheel de nodige originaliteit.’Dezelfde redenering wordt gebruikt voor de opbouw van het kustdorp: de wijze waarop het werd opgebouwd en als aantrekkingsfactor werd gebruikt, geeft het de nodige originaliteit. Vermits er geen met een ander programma vergelijkbare vormgeving kan worden aangewezen, kan het dus niet als een exponent van een bepaald genre worden beschouwd, is de inhoud van het programma generiek. Dit laatste is een vreemde redenering. Een werk moet nl. niet ‘nieuw’ zijn om auteursrechtelijke bescherming te genieten. Verder leidt het Hof uit het feit dat Martin De Jonghe gevraagd werd om het programma te ‘producen’ af dat dit hem ook de hoedanigheid van maker geeft vermits de productie van een programma essentieel neerkomt op ‘gestalte geven aan een programma’. Deze redenering is gevaarlijk en zeker vatbaar voor kritiek. Een producent kan als auteur worden beschouwd op voorwaarde dat de producent een originele inbreng doet die een wezenlijke bij¬drage levert tot de schepping van het audio- of audiovisueel werk . Toch mag niet te snel worden overgegaan tot deze kwalificatie van auteur in hoofde van de producent en is het de producent die het bewijs zal moeten leveren. De taak van een producent verschilt wezenlijk van deze van een auteur en is meer gericht op de financiële kant van de zaak en de verantwoordelijkheid . Het ‘producen’ van een programma geeft zeker geen automatische aanspraak op het auteurschap van dat programma. Elk geval zal afzonderlijk moeten worden bekeken. Volgens het Hof maakt ook het feit dat derden het programma identificeren met Martin De Jonghe, laatstgenoemde, bij gemis aan een ander aanwijsbaar persoon, tot auteur van het programma. Dit zegt eerder iets over de hoedanigheid van Martin De Jonghe als uitvoerend kunstenaar dan als auteur. Wie als auteur van een werk kan worden beschouwd, ligt vast in de auteurswet. Nergens in de auteurswet wordt er verwezen naar de perceptie van derden. Een auteur kan enkel achter de schermen werken en nooit op de voorgrond treden en dat is zijn goed recht. De personen die tot het werk hebben bijgedragen, worden dus ook erkend als auteur in de mate dat hun bijdrage aan het oorspronkelijkheidvereiste voldoet, met name de uitdrukking is van de intellectuele inspanning van de auteur en de persoonlijke stempel van de auteur draagt . Aangezien het concept van het programma ‘Golfbreker’ na 1999 quasi ongewijzigd bleef en de elementen van het radioprogramma bijna alle aanwezig blijven zonder nieuwe modaliteiten van vormgeving en er bijgevolg geen wezenlijke verschillen aanwijsbaar zijn, besluit het Hof tot een schending van de auteursrechten van de auteur. Zowel de morele als vermogensrechten van de auteur werden geschonden: zonder naamsvermelding en zonder toestemming van de auteur werd de originele vormgeving van zijn programma overgenomen. Dit arrest heeft het dus duidelijk over de vormgeving van het programma en niet over het concept. In de praktijk is deze grens niet altijd even duidelijk te trekken.

Architecturale werken

Zowel het gebouw als de plannen, de schetsen en maquettes kunnen worden beschermd door het auteursrecht. De beoordeling van het begrip ‘originaliteit’ (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?) wordt bemoeilijkt door het feit dat men zich hier op de grens bevindt tussen kunst en techniek. De rechtbank onderzoekt deze voorwaarde meestal door de persoonlijke inbreng van de auteur in de gemaakte keuzes in de plannen te controleren. De gemaakte keuzes mogen niet louter opgelegd geweest zijn door technische beperkingen.

Audiovisuele werken

Een audiovisueel werk kenmerkt zich door een overdracht van beelden. Zij omvat langspeelfilms, televisiefilms, videospelen, animatie, documentaires, enz. Het audiovisuele werk beantwoordt in de meeste gevallen aan het criterium van originaliteit (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?), wanneer de auteur het onderwerp op een persoonlijke manier behandelt. Het werk zal dus beschermd worden door het auteursrecht gezien de persoonlijke keuzes gemaakt door de auteur zoals de invalshoek, de keuze van cadrage, het licht, de enscenering, enz.

Literaire werken

Literaire werken, zoals romans of strips, worden in de meeste gevallen beschouwd als zijnde voldoende origineel en dus beschermbaar (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?).

Muzikale werken

De bescherming die kan worden toegekend aan een muzikaal werk, heeft betrekking op de melodie (of het thema). Zo kan ook de harmonie of het ritme genieten van auteursrechtelijke bescherming, zolang zij niet banaal zijn (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?).

Plastische werken

Schilderijen, lithografieën, sculpturen, … kunnen het onderwerp uitmaken van een bescherming door het auteursrecht wanneer zij voldoende origineel zijn (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?).

Wetenschappelijke en historische werken

Wetenschappelijke theorieën en ontdekkingen worden niet beschermd door het auteursrecht. Enkel de vormelijke uitwerking van zo’n wetenschappelijk werk, theorie of van een historisch feit zal worden beschermd (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?).

Hulpprogramma’s, tekeningen en modellen

Tekeningen en modellen situeren zich in het domein van de toegepaste kunsten. Een tekening of een model kan, als het origineel is (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?), beschermd worden door het auteursrecht. Worden verondersteld beschermd te zijn: luidsprekers, een balpen in vier kleuren, uniformen van de federale politie, zakken, schoenen, de Tripp Trapp stoel, designvoorwerpen, … Een tekening of een model kan daarnaast ook genieten van een ander soort bescherming, namelijk via de bijzondere wetgeving eigen aan tekeningen en modellen, op voorwaarde dat het gecreëerde voorwerp nieuw is en een eigen karakter heeft. Om van deze bescherming te kunnen genieten, zal de ontwerper zijn werk moeten deponeren (keuze tussen een Beneluxmodel of een EU-model).

Personages

Een personage, zoals een personage uit een stripverhaal, wordt beschermd wanneer het origineel is (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?). Zo moet de auteur het personage eigen karakteristieken toekennen, zoals een naam, een specifieke verschijning, een universum psychologische kenmerken, enz. Zo werd door de rechter in 1997 bepaald dat personages beschermd worden in de mate dat de auteur hen excentrieke kenmerken heeft meegegeven, alsook een identificeerbare verschijning.

Foto’s

De originaliteit van een foto (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?) wordt over het algemeen gewaardeerd in functie van de persoonlijke keuzes uitgevoerd door de fotograaf: de film (zwart n wit, kleur, contrast, gevoelig, …), het toestel (analoog, digitaal, …), de lens (normaal, groothoeklens, telelens, …), cadrage (strak, breed), opening van het diafragma,lichtgevoeligheid (wel of geen flash, meerdere flashes, …), filter (kleurenverloop, vervaagd, polariserend), ontwikkeling (keuze van chemie, contrast, gevoeligheid, …), … Foto’s worden in het merendeel van de gevallen beschouwd als voldoende origineel en zijn dus beschermbaar.

Computerprogramma’s

De wet beschrijft nauwkeurig en expliciet dat computerprogramma’s beschermd zijn wanneer zij een intellectuele creatie zijn eigen aan de auteur, anders gezegd: wanneer zij beantwoorden aan de voorwaarde van originaliteit in de klassieke zin (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?). De wet beschermt broncodes, het ontwerp van een site, haar ergonomie en interfaces (visuele aspecten). De functionaliteit van een site wordt echter niet beschermd.

Verzamelingen van werken, bloemlezingen en encyclopedieën

Verzamelingen van werken, bloemlezingen en encyclopedieën kunnen worden beschouwd als databanken (zie hiervoor 2.4.20 Databanken). Databanken worden door de wet op volgende wijze gedefinieerd: “Een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, die systematisch of methodisch geordend en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn.”

Websites

Een website bestaat uit verschillende elementen: tekst, beelden, geluiden, software, … De lay-out, het grafisch werk, de codes, het arrangement en de structuur van rubrieken en teksten zullen vaak elementen zijn die kunnen worden beschouwd als zijnde origineel (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?) en kunnen dus leiden tot de bescherming van de website door het auteursrecht.

Slogans

De originaliteit (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?) van een slogan wordt in de praktijk vaak geweigerd. De bescherming wordt dus niet toegekend, gezien het feit dat een slogan in het merendeel van de gevallen beknopt is (bestaat meestal maar uit enkele banale woorden). De bescherming werd geweigerd in volgende zaken: -‘Zoveel mensen, zoveel schoenen’ voor schoenen -‘Le salon du salon’ voor het autosalon -‘On est tous vache qui rit’ voor melkproducten De bescherming werd echter wel toegekend op de slogan ‘Une sourire, une carte… et c’est payé!’ voor bankautomaten.

Titels

De titel van een werk of een tijdschrift kan, in theorie, worden beschermd. In de praktijk wordt, gezien het feit dat een titel in het merendeel van de gevallen samengesteld is uit enkele banale woorden of is opgesteld uit de gesproken taal, de bescherming vaak geweigerd aangezien de titel niet kan worden beschouwd als zijnde origineel (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?). Titels worden daarentegen vaak opgenomen onder de vorm van het merk. De bescherming door het auteursrecht werd geweigerd in volgende gevallen: -‘Metro’ voor een tijdschrift -‘Fashion TV’ voor een televisie-uitzending -‘Les maîtres du temps’ voor de titel van een film De bescherming werd wel toegestaan in de volgende gevallen: -‘Vol de nuit’ de titel van het werk van Saint-Exupéry werd door de rechtbank als origineel beschouwd op grond van het feit dat het om een uitdrukking ging die geen deel uitmaakte van de courante taal en de beknoptheid van drie woorden, zonder adjectief of lidwoord en roept zo de eenzaamheid van de piloot in de nacht op. –‘Clochmerle’ werd origineel beschouwd, aangezien het verband tussen de woorden ‘cloche’ en ‘merle’ een creatie van de geest uitmaken. Als conclusie kan worden gesteld dat, wanneer een titel banaal is, hij kan worden gebruikt als titel van een ander werk, onder voorbehoud van het respecteren van de wet betreffende de handelsgebruiken.

Vertalingen

Een vertaald werk zal beschermd zijn wanneer het origineel is (zie hiervoor 2. Wanneer is een werk origineel in de zin van de auteurswet?). Dat wil zeggen, wanneer de auteur persoonlijke keuzes gemaakt heeft wat betreft de woorden of uitdrukkingen. Dat is meestal het geval. Geschreven teksten, mondelinge presentaties of cinematografische werken kunnen worden vertaald, gedubd of ondertiteld. Zowel het oorspronkelijk werk als het vertaalde werk zullen dan beschermd zijn. De exploitatie van een vereiste vertaling heeft twee toestemmingen nodig, deze van de auteur van het oorspronkelijke werk en deze van de vertaler.

Databanken

Databanken genieten van twee verschillende beschermingsregels:
- Ten eerste de bescherming via het auteursrecht die de vorm, de structuur en de presentatie van de databank beschermt. Deze eerste bescherming via het auteursrecht strekt zich niet uit over de inhoud, over de werken zelf, over de gegevens of de elementen daar aanwezig.
- Ten tweede genieten de databanken ook van een andere bescherming via de bijzondere wet van 31 augustus 1998, die als doel heeft de inhoud te beschermen wanneer de databank, door de keuze en de beschikbaarheid van de materialen, een intellectuele creatie vormt eigen aan de auteur. Om deze bescherming te kunnen inroepen is het noodzakelijk dat: “de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering”. Deze investering vertaalt zich met name door het toepassen van menselijken financiële of technische middelen. Het is de maker van de database die recht heeft op deze bescherming. Het criterium van de bescherming is dus niet langer de originaliteit, maar wel de kwalitatieve investering noodzakelijk voor het compileren van de databank.

Kan een collage origineel zijn?

Een collage kan zeker origineel zijn en bijgevolg auteursrechtelijke bescherming genieten indien zij voldoet aan de beschermingsvereisten. Met name moet het gaan om een eigen intellectuele activiteit en de persoonlijke stempel van de maker moet er duidelijk in terug te vinden zijn. Je vindt hierover meer uitleg bij "wanneer is mijn werk origineel in de zin van de auteurswet?".

Wanneer men echter voortbouwt of gebruik maakt van het werk van andere auteurs, zal men voorafgaandelijk de toestemming aan deze oorspronkelijke auteurs moeten vragen tenzij het een gebruik is dat onder de uitzonderingen valt, zoals bv. parodie, citaatrecht. Hierover vind je meer uitleg bij "wat zijn de uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur?".

De combinatie van verschillende bestaande elementen zoals in een collage kan zeker origineel zijn.

Linken