Beginpagina / Home_nl / Actueel / De actualiteit van het auteursrecht / Nieuw: herziening van de voorwaarden inzake toegang tot de werkloosheid

WORDT DE HERFST TOCH NOG ZACHT ?

Precies een jaar geleden hebben verschillende verenigingen, waaronder SACD, Scam, SOFAM en Pro Spere, een belangrijke politieke actie gevoerd teneinde de interpretatieregels die de RVA trachtte op te leggen, te doen wijzigen.

Onze oproep werd uiteindelijk aanhoord door de kabinetten van de Eerste Minister, van de Minister van Sociale Zaken en van de Minister van Werk.

Naar aanleiding van een persbericht van de federale Minister van Werk op 17 oktober 2012, heeft de RVA een rechtzetting gedaan van haar eerdere interpretatie inzake de toegangsvoorwaarden tot de werkloosheid voor kunstenaars en de behoudsvoorwaarden van de uitkeringen aan het maximaal tarief. In dit kader publiceerde zij bijgevolg nieuwe richtlijnen. Het betreft overgangsmaatregelen die min of meer terugkeren naar de interpretatie van de reglementering van vóór oktober 2011. Het initiatief had ambitieuzer en duidelijker kunnen zijn, maar blijkbaar gaat het om een eerste stap teneinde althans een aantal kunstenaars en scheppers uit een uiterst moeilijke economische situatie te redden.

Binnenkort vindt u hierbij de nieuwe richtlijnen van de RVA.

Wat zijn de nieuwe wijzigingen ?

Regels van toelaatbaarheid tot de werkloosheid

Om even terug in de context te plaatsen : in oktober 2011 had de RVA de toepassing van de cachetregel beperkt tot muzikanten en schouwspelartiesten.

De RVA zal dit regime voortaan moeten toepassen op :
- alle muzikanten
- scheppende kunstenaars tewerkgesteld in het spektakelbedrijf (scenarioschrijvers, choreografen, audiovisuele regisseurs, tekenaars, …)
- uitvoerende kunstenaars tewerkgesteld in het spektakelbedrijf (acteurs, dansers, verhalenvertellers, …)

Regisseurs, scenarioschrijvers, tekenaars, choreografen, enz. worden dus terug opgenomen in de lijst van begunstigden van deze « cachetregeling ». We merken op dat de opsomming van kunstenaars en « scheppende kunstenaars » in dit artikel niet beperkend is, ook al gebruikt de richtlijn het begrip « podiumkunstenaars en scheppende kunstenaars » die in een brede context kan worden verstaan zoals voorheen het geval was, in afwachting van een wijziging van de reglementering.

De twee andere toelaatbaarheidsvoorwaarden zijn nog steeds van toepassing, nl. de kunstenaar moet een artistieke prestatie leveren et moet worden vergoed door een taakloon (of cachet – forfaitair bedrag per prestatie).

Deze regel wordt retroactief terug ingevoerd vanaf 17 juli 2012.

Behoud van een percentage van toegekende werkloosheidsuitkeringen

Wat betreft artikel 116§5 KB 25.11.91 inzake het behoud van het hoogste percentage van werkloosheidsuitkeringen (statuut van tijdelijke werknemers), werd de regelgeving eveneens versoepeld.

Tot nu toe vereiste de RVA dat de begunstigde een uitvoerende kunstenaar of een technicus tewerkgesteld was in het spektakelbedrijf. Wat betreft de scheppende kunstenaars telden enkel degenen mee die met de voorstelling mee op tournee gingen (bv decorbouwers, costumiers).

De RVA zal dit regime moeten uitbreiden tot alle scheppende kunstenaars tewerkgesteld in het spektakelbedrijf.

Opgelet, tot op heden moest een kunstenaar die zijn werkloosheidsperiode wenstte te verlengen aan het maximumtarief één enkel contract van korte duur bewijzen gedurende deze referentieperiode.

Deze regel is opnieuw retroactief van toepassing vanaf 17 juli 2012 onder volgend voorbehoud :

Vanaf 1 november 2012 zal de (scheppende) kunstenaar drie contracten moeten voorleggen.

Tot besluit, ziehier de toepassingsvoorwaarden van artikel 116§5 :
- een uitvoerende kunstenaar of een scheppende kunstenaar zijn ;
- tewerkgesteld zijn in het spektakelbedrijf (zie hierboven de definitie van dit begrip) ;
- de artistieke betrekking moet de hoofdactiviteit zijn ;
- uitsluitend twerkgesteld zijn met contracten van zeer korte duur (maximum 3 maanden) ;
- vanaf 1 november 2012, drie contracten met een werkgever of opdrachtgever voorleggen voor de referentieperiode.

Deze richtlijn regelt helaas de situatie niet van de (scheppende) kunstenaars waarvan het statuut ondertussen werd geweigerd of waarvan hun werkloosheidsuitkeringen werden verminderd tussen oktober 2011 en 17 juli 2012. Wij blijven de gerechtelijke stappen ondersteunen van onze leden die hieronder geleden hebben, samen met de beroepsverenigingen en de vakbonden.

We betreuren het verder dat we nog niet werden gehoord over de moeilijkheden die onze auteurs ondervinden door de onrechtvaardige interpretatie van de RVA wat betreft de cumul van auteursrechten en werkloosheidsuitkeringen.

De Minister heeft verklaard dat deze hervorming als een overgangsmaatregel moet beschouwd worden tot wanneer er een echt kunstenaarsstatuut zal bestaan. Deze richtlijnen dienen ondertussen ter vereenvoudiging van de reglementering en om klaarheid te scheppen in de bepalingen met betrekking tot het sociaal statuut van de kunstenaars. Het zou dus goed kunnen dat er binnenkort nog veranderingen optreden.

Voor meer informatie kunt u ons dossier « Kunstenaars in België: welk sociaal statuut? » in bijlage lezen of ons contacteren.

Linken